Tekst bij beeld

goede museumteksten

Hoe ik denk dat een goede museumtekst
moet worden geschreven

Inhoud
-bedenk welk verhaal aan het object verbonden is
-omschrijf de rol die het object speelt in de opstelling (waarom 
wordt het eigenlijk tentoongesteld?)
-formuleer de hoofdboodschap van de tekst in samenhang met de inhoud 
van de tentoonstelling
-formuleer de hoofdboodschap van de tekst in relatie tot de plaats 
van het voorwerp in de tentoonstelling (wat hangt of staat er nog meer in de buurt?)
-kies een invalshoek die uitnodigt tot lezen
-laat de bezoeker kijken: leg een duidelijke relatie tussen tekst en voorwerp
-probeer de meest voor de hand liggende vragen in de tekst te beantwoorden
(museumbezoekers lezen actief; ze vragen zich iets af en praten er over)

Doel
-formuleer het doel van de tekst (achtergrondinformatie, beter laten kijken,
in breder kader plaatsen enz.)

Visie
-bepaal vanuit welke visie of invalshoek de informatie gegeven wordt
-kies wiens verhaal verteld wordt (gebruiker, bioloog, kunsthistoricus, antropoloog enz.)

Het publiek
-omschrijf de doelgroep van de tekst (vrijwel elke museumbezoeker maakt
gebruik van informatiebronnen in het museum) en pas toon en inhoud hierop aan
Let op: bezoekers lezen niet alle teksten, lezen een tekst niet helemaal
en slaan het eerste die teksten over die niet in direct verband staan 
met het object.

Stijl
-schrijf in een stijl die past bij de doelgroep
-schrijf in een stijl die past bij het onderwerp
-kies voor een toon of aanspreekvorm (bepaal of en in welke vorm 
het publiek rechtstreeks wordt aangesproken)
-schrijf bij voorkeur in de bedrijvende vorm
-zorg dat de tekst goed loopt (lees hem hardop voor, dat doen veel
museumbezoekers ook)
-wees duidelijk en schrijf concreet

aantrekkelijkheid
-wees niet bang voor het gebruik van stijlfiguren en anekdotes, 
(al lijken deze weinig toe te voegen, ze maken het lezen of luisteren 
een stuk prettiger en houden de bezoeker wakker)
-overdrijf niet

Begrijpelijkheid
-vermijd gecompliceerde en te lange zinnen (vermijd de tangconstructie)
-probeer te relateren aan alledaagse voorbeelden
-schrijf niet wollig maar concreet, zeg zo duidelijk mogelijk waar het om gaat
-vermijd jargon
-vermijd lege begrippen als aspect, mate van, in feite, bepaalde, enz.
-vermijd kruisverwijzingen (een museumtekst is geen boek)

Opbouw en vorm (bij teksten die bedoeld zijn om te lezen)
-begin met de belangrijkste mededeling (bezoekers lezen vaak alleen 
de eerste alinea van een tekst; val daarom met de deur in huis)
-gebruik koppen en witregels (veel bezoekers ‘scannen’ een tekst 
op de informatie die ze zoeken)
-gebruik niet te lange regels en breek de zin af op een logisch rustpunt
(‘vrije regelval’ verhoogt de leesbaarheid enorm)
-gebruik niet meer dan 100 á 150 woorden per tekst